"Dialoog heeft meer impact dan uitsluiting"


Gesprek over duurzaam beleggen met Aaron Vermeulen van het WNF en Carola van Lamoen van Robeco.



Lees verder


 

 

Ze houden zich allebei bezig met duurzaam beleggen, maar op heel verschillende manieren. Aaron Vermeulen van het Wereld Natuur Fonds (WNF) spoort financiële instellingen aan geld te steken in bedrijven of projecten die bijdragen aan natuurbehoud. Carola van Lamoen probeert het gedrag te beïnvloeden van de bedrijven waarin Robeco heeft belegd. Een gesprek over hoe je duurzaam belegt, de dilemma’s die hierbij komen kijken én het effect op rendement.

 


Dubbelinterview: Beeld: Aaron Vermeulen

 

Aaron Vermeulen

Teamleider en senior adviseur Green Finance Solutions bij Wereld Natuur Fonds

Dubbelinterview: Beeld: Carola van Lamoen

Carola van Lamoen

Hoofd Active Ownership bij 
Robeco


ESG en SDGs

Beleggers spreken vaak over ‘ESG’ in plaats van ‘duurzaamheid’. Deze afkorting staat voor Environmental, Social & Governance. 

 

De Verenigde Naties hebben zeventien doelstellingen voor duurzame ontwikkeling vastgelegd: de Sustainable Development Goals (SDGs). Voorbeelden van doelstellingen zijn ‘geen honger’ en ‘klimaatactie’.

 

 

Wat hebben de financiële sector en duurzaamheid met elkaar te maken?

Aaron: “Als je de vergelijking trekt met een ecosysteem, zit de financiële sector bovenin de voedselketen. Banken of vermogensbeheerders financieren bedrijven en projecten, die allemaal impact hebben op de natuur. Positief of negatief. Als financiële instellingen de juiste criteria toepassen en de juiste vragen stellen, heeft dat een positieve invloed op duurzaamheid. Daarom richt het WNF zich sinds twee jaar expliciet op de financiële sector.”

 

Carola: “Als belegger ben je aandeelhouder in een bedrijf. Die rol brengt verantwoordelijkheden met zich mee. Je kunt een bijdrage leveren aan de duurzaamheid van bedrijven. Daarnaast zijn wij ervan overtuigd dat aandacht voor duurzaamheid op lange termijn een positief effect heeft op de waarde van ondernemingen. Het mes snijdt aan twee kanten.”

 

Duurzaam beleggen, hoe doe je dat?

Carola: “Er zijn drie vormen van duurzaam beleggen. Ten eerste nemen we informatie over milieu-, sociale en governance-aspecten mee in onze beslissingen om ergens wel of niet in te beleggen. Dit noemen we ESG-integratie (zie kader, redactie). Ten tweede doen we aan actief aandeelhouderschap: we gaan elk jaar met 200 ondernemingen in dialoog over hun gedrag. Tenslotte is er impactbeleggen: daarbij wil je echt een sociaal-economisch verschil maken met je beleggingen. Zo hebben we fondsen die zich specifiek richten op ondernemingen die een positieve bijdrage leveren aan de Sustainable Development Goals van de VN.”

 

Aaron: “De minimumstandaard voor duurzaam beleggen is het do-no-harm-principe. Daarbij investeer je alleen in bedrijven die voldoen aan bepaalde criteria waardoor ze geen verdere verslechtering van de natuur veroorzaken. Daar is een hele trits aan certificeringen en standaarden voor. Bijvoorbeeld op het gebied van grondstoffen, infrastructuur of waterkracht. Maar om duurzaamheid echt te stimuleren, moet je leningen verstrekken aan of beleggen in bedrijven en projecten met een positieve impact op ecosystemen, water, bossen en oceanen.” 

 


"Als je de vergelijking trekt met een ecosysteem,
zit de financiële sector bovenin de voedselketen"


Wat is beter: dialoog of uitsluiting?

Carola: “Als je het niet eens bent met de producten van een onderneming, kan uitsluiting relevant zijn. Denk aan tabak of controversiële wapens. Maar als je het hebt over het gedrag van ondernemingen, heeft dialoog onze voorkeur. Een voorbeeld: palmolie wordt gebruikt in tal van producten, van shampoo tot chips. Maar de productie ervan kan gepaard gaan met problemen zoals ontbossing en slechte arbeidsomstandigheden. Enkele palmoliebedrijven waarin wij beleggen zijn mede door onze aansporingen bijvoorbeeld gestopt met het kappen van oerwoud om plantages aan te leggen. Hierbij hebben we overigens samengewerkt met het WNF en hebben we gebruikgemaakt van WNF-rapporten.” 

 

Aaron: “Eruit stappen helpt meestal niets. Daardoor komen er andere investeerders aan boord die geen kritische vragen stellen. We zijn er voor dat investeerders betrokken blijven en druk houden op een sector om een transitie naar echt duurzame bedrijfspraktijken te bereiken.”


DNB -2- DI - Beeld: samen lopen

Actief aandeelhouderschap, hoe ziet dat er in de praktijk uit?

Carola: “Mijn afdeling kiest elk jaar in overleg met onze beleggers en klanten een aantal thema’s waar we ons op richten. Dit jaar zijn dat onder andere klimaatverandering en voedselzekerheid. Vervolgens selecteren we de ondernemingen waarmee we in gesprek gaan en stellen we doelstellingen vast. Bijvoorbeeld dat een onderneming een klimaatbeleid ontwikkelt. We gaan langs bij deze bedrijven en stemmen op aandeelhoudersvergaderingen. Na maximaal drie jaar kijken we of de doelstellingen zijn gehaald. Die informatie koppelen we terug aan onze beleggers. Als een onderneming de doelstellingen niet haalt, kan dat leiden tot verkoop van de aandelen.” 

 

Aaron: “Wat ik vaak nog mis, is actie. Het is belangrijk dat bedrijven een duurzaamheidsbeleid hebben, maar in hoeverre wordt dat beleid ook echt uitgevoerd? In gesprek gaan met toeleveranciers over verduurzaming is stap één, maar geef je ze ook een koopgarantie als ze die transitie maken? Dat soort acties zie ik nog te weinig bij bedrijven. Daarom zou ik graag zien dat financiële instellingen nog meer druk uitoefenen.”

 


“Als je het hebt over het gedrag van ondernemingen,
heeft dialoog onze voorkeur”


Hoe verhoudt duurzaamheid zich tot rendement?

Carola: “Wij zijn ervan overtuigd dat het meenemen van ESG-informatie in je beleggingsbeslissingen op langere termijn tot betere beleggingsresultaten leidt. Die extra informatie helpt je risico’s en kansen beter in te schatten. Diverse wetenschappelijke onderzoeken laten zien dat bedrijven met een goed milieubeleid of een goede governance het op lange termijn beter doen dan bedrijven die dat niet hebben.”

 

Aaron: “Uit onderzoek van onder andere Boston Consulting Group en Deutsche Bank Wealth Management blijkt dat aandacht voor duurzaamheid een indicatie is dat een bedrijf bedrijfsprocessen beter op orde heeft, meer winst maakt en hoger gewaardeerd wordt. De Dow Jones Sustainability Indices doen het niet slechter dan de Global Dow.”


“We moeten van een do-no-harm-aanpak
naar een do-good-aanpak”


Dubbelinterview: belegger ontmoet ngo_beeld palmolieplantag

Is duurzaam beleggen mainstream of nog steeds een niche?

Aaron: “Dat hangt af van de standaarden die je toepast. Als die standaarden ‘lichtgroen’ zijn, kan je gemakkelijk zeggen dat duurzaam beleggen mainstream is geworden. Maar als je kijkt naar wat nodig is om bij te dragen aan een duurzame wereld, is het nog een niche. Nog maar een heel klein deel van het belegd vermogen en de leningen verdient met recht het predicaat ‘duurzaam’. We zijn er nog lang niet.”

 

Hoe meet je impact op duurzaamheid?

Carola: “Dat is een dilemma. Er zijn geen indicatoren voor de impact van bedrijven op de SDGs waar iedereen het over eens is. Wij hebben onze eigen methodiek ontwikkeld om dat te meten, maar eigenlijk wil je dat er een geharmoniseerd raamwerk is. Daar kijken we samen met andere partijen naar. Ik verwacht dat dit een volgende grote stap is die de sector gaat zetten.”

 

En de duurzaamheidsclaims van financiële instellingen zelf?

Aaron: “Bij veel duurzaamheidsclaims in de financiële wereld vraag ik me af: is dit lichtgroen, donkergroen of zelfs grijs? Ik vind dat de financiële sector de lat hoger moet leggen als het gaat om het meten van duurzaamheid. Er lopen verschillende initiatieven op dit gebied. Bijvoorbeeld voor standaarden voor groene obligaties. Daarnaast is het WNF met een aantal investeringsmaatschappijen bezig co-branded fondsen op te zetten. Op die manier willen we investeerders het vertrouwen geven dat het ook echt groen is waarin ze investeren.”

 

Welke stappen moet de financiële sector verder nog zetten?

Carola: “Ik zie veel ontwikkelingen op het gebied van risicomanagement ten aanzien van klimaatverandering. Verschillende financiële instellingen brengen in kaart wat de CO2-uitstoot van hun portefeuille is en hoeveel ze die moeten reduceren om in lijn met het klimaatakkoord van Parijs te komen. Verder werken beleggers steeds meer samen. Een mooi voorbeeld is Climate Action 100+, een samenwerkingsverband van 310 beleggers wereldwijd. Zij gaan samen in gesprek met de grootste uitstoters van CO2 wereldwijd. Onder andere over het verlagen van hun uitstoot.” 

 

Aaron: “De SDGs vragen om een investering van 2,5 biljoen dollar per jaar. Dat moet uit additionele duurzame investeringen komen. Ik nodig de financiële sector uit om ongewone coalities aan te gaan met het WNF en andere partijen. Om te kijken naar rendabele financiële producten, bedrijven en projecten om aan dat bedrag te komen. We moeten van een do-no-harm-aanpak naar een do-good-aanpak.”


Ook in deze editie


 

 

 

 

 

 

Feiten en cijfers

over energietransitie 

 

 

 

 

 

 

6 experts aan

het woord 

 

 


Netwerk: groener 
financieel systeem 

 

 

 

 

 

 

Video: consumenten

aan het woord 

Aaron Vermeulen van het WNF en Carola van Lamoen van Robeco over duurzaam beleggen: “Dialoog heeft meer impact dan uitsluiting”

Loading ...